Boeken
Met zes geestverwanten en vakgenoten wisselde ik verhalen uit over onze imperfecte werkpraktijken en onderzochten we de betekenissen ervan.
Bij deze inkijkjes liepen de emoties soms hoog op. Het gaat over atelofobie: de angst voor imperfecte, voor het niet goed genoeg blijken te zijn. Maar ook over de vraag hoe je met de onverteerbaarheid van het falen omgaat. En of dat laatste eigenlijk wel mogelijk is.
Een serie praktijkverhalen dus, inclusief persoonlijke en theoretische reflecties. Om zo nadere betekenis te geven aan de binnenkant van het adviesvak.

