Profiel
Wie ik ben
Regelmatig overvalt mij de gelukkige gedachte ’ik kan denken’. Van alle dingen die ik in mijn leven heb geleerd is dat de basis. Ik zet met dat denken mijzelf en anderen aan tot vragen. En dat blijkt heilzaam.
Ik groeide op in een religieus gezin met veel aandacht voor het ongelooflijke. De jong gewekte verwondering over de gewone en ongewone dingen van het leven vormt nu het fundament onder mijn denkarbeid. Mijn vroegere verzet tegen de institutionele kant van religie is de basis voor mijn huidige kritische blik op organisatie(s).
Mijn eerste beroep was verpleegkundige, en ik beleefde ook daarin de spanning tussen de openheid van het bestaan en de geslotenheid van systemen. Ik besloot om theologie, en kort daarna ook filosofie te gaan studeren, op zoek naar antwoorden op de vraag hoe ik moest omgaan met deze spanning. Maar het allermooiste dat ik van die studies heb overgehouden is mijn liefde voor het zoeken zelf. En de ontdekking van hoe taal – zowel praktisch als poëtisch – daarbij kan helpen.
Sinds ik promoveerde aan de Universiteit voor Humanistiek (nu zo’n dertien jaar geleden) noem ik mijzelf organisatiefilosoof. Onder die naam breng ik twee werelden samen die elkaar veelal uitsluiten: die van organisaties, die primair zijn (in)gericht op de maakbaarheid van het leven, en die van de filosoof, die (daaraan) openlijk twijfelt. Ik heb mijn wortels in beide werelden.
Ik werk nu zo’n dertig jaar aan vraagstukken van organisaties over hoe om te gaan met de spanningen tussen ons leven in eigenlijke zin en de systemen die we ervoor hebben bedacht. Over hoe we de menselijkheid kunnen beschermen in het onontkoombare geweld van organisatie.
Ik doe dat nadrukkelijk samen met bestuurders, managers en professionals en in een nauwe verbinding tussen denkarbeid en handwerk. Steeds zoek ik het (Aristotelische) midden tussen eeuwige vragen en praktische oplossingen, en werk ik aan nieuwe of alternatieve manieren van organiseren, altijd gerelateerd aan het primaire (werk)proces van de organisatie in kwestie en altijd verbonden met de oorspronkelijke bedoelingen. Ik doe dit op basis van mijn langdurige ervaring met organisatie- en veranderkundig werk en mijn (promotie)onderzoek daarin, met een vakmanschap dat geënt is op mijn filosofische praktijk, in een breed netwerk van adviseurs, wetenschappers en kunstenaars, ingebed in een leven met veel stilte.
Ik durf daarin veel en sluit onzekerheid juist niet uit. En het is op basis van mijn langdurige oefening daarin dat ik andere mensen, individueel of in organisatieverband, uitnodig om mee te doen. Vaak gebeurt dan wat niemand – ook ik niet – had kunnen denken.
Mijn leraren M/V
Ik sta op de schouders van velen.
Van mijn moeder Sari van Spronsen leerde ik schoonheid te zien.
Door mijnheer Otten, mijn leraar Duits, heb ik de betekenis van taal ontdekt.
Dominee van Asselt introduceerde mij in de theologie.
Mijn mentor Wim Speets hielp me in mijn rolneming in bestuur & toezicht.
Mijn promotor Ruud Kaulingfreks is mijn meester in kritische organisatiestudies.
Mijn zielsverwant Kees Locher leeft mij de antroposofie voor.
Mijn collega Peter van der Lugt was mijn maat in het organisatieadviesvak.
Van Marjorieke Glaudemans leerde ik het kunstenaarschap.
Jaap Voigt is mijn gids op het mystieke pad.
Van Broeder Bruno Wilderbeek O.C.S.O. kijk ik het monnikswezen af.
Van Noor Pallazi leer ik al heel lang yoga te beoefenen.

